Geshreven door: Rinskje Koelewijn
22 januari 2021

Lunchinterview Ernestina van de Noort (57) biedt met de Flamenco Biënnale een serieus podium aan de flamenco die ze zo liefheeft. „Flamenco is haat-liefde, ik ben er bijna bang voor.” 

Verspreid over de vloer liggen grote vellen volgeschreven papier, en daartussen staat Ernestina van de Noort (57). Handen in haar zij, handen in het woeste haar en dan weer in de lucht. Ze pakt het ene na het andere papier met daarop de schema’s voor de Flamenco Biënnale, het tweejaarlijkse dans- en muziekfestival dat ze sinds 2006 in januari en februari organiseert. Haar stem schiet zangerig de hoogte in. „Dít gaat niet door, dát gaat niet door, en dát was gewéldig, maar helaas.” Het programma wás al teruggebracht van twaalf steden naar drie en ze had zich al neergelegd bij alles online streamen, maar na een nacht zonder slaap heeft ze besloten dat dat ook niet door kan gaan. „Om nu al die internationale artiesten in te laten vliegen… die dan voor lege zalen moeten spelen… nee.”

Maar, „tadááá”, ze is een vechter, zegt ze, iemand die altijd kijkt wat er wél kan, en binnen een dag heeft ze bedacht en geregeld hoe ze een deel van het programma kan redden. „De Spaanse artiesten in Spanje laten spelen, dat was de oplossing.” Vanuit Café Berlin in Madrid zullen de optredens te volgen zijn voor aficionado’s, liefhebbers, wereldwijd. De theaters daar zijn wel open, en er mag zeventig man publiek bij. Eén klein voorbehoud, de avondklok die in Spanje al geldt, moet niet worden vervroegd.

Lees het hele artikel op de NRC -site