Tijdens de Flamenco Biënnale in Sevilla springt de eigenzinnigheid van vrouwelijke kunstenaars in het oog. In plaats van de aarde stampend aan zich te onderwerpen, spreekt er een gelauwerd zelfbewustzijn uit de manier waarop zij virtuositeit verbinden aan een vaak ontspannen benadering, die in het weglaten iets feministisch heeft. TM blikt ook alvast even vooruit naar de Nederlandse tegenhanger van het festival.

Geschreven door: Fransien van der Putt
4 januari 2021

Afgelopen september vond in Sevilla de 21ste Bienal de Flamenco plaats. Twee keer zat ik in een volgens de logica van een dambord georganiseerde grote zaal met een mondkapje op ademloos te kijken en te luisteren. De zalen waren fris vanwege de airco, maar ze voelden vol aan. Het waren heuse premières met hotemetoten en artistieke incrowd, iedereen opgedoft en uitgelaten, ondanks corona. Tijdens het concert van de eigengereide, queer flamenco-popster Rosario La Tremendita in het Teatro Lope de Vega, met rood pluche en kroonluchters, toneellijst en andere negentiende-eeuwse parafernalia, liepen er zelfs oppassers rond om hen die hun kapje tot onder de neus lieten zakken, tot de orde te roepen.

Lees het hele artikel op de Theaterkrant-site →