‘De cante jondo is dieper dan het hart dat haar op dat moment schept
en de stem die haar zingt, want ze is schier oneindig'  Federico García Lorca

Carmen Linares, de ‘grande dame’ van de flamencozang maakt na meer dan tien jaar afwezigheid haar grandioze rentree in Nederland. Als artist in residence opent ze deze IV Flamenco Biënnale en gaat vervolgens met haar musici op avontuur met het Nederlands Blazers Ensemble in het programma Historias de Viento, Verhalen van de wind.

Voor de aficionados behoeft Carmen Pacheco Rodríguez (Linares, 1951) geen enkele introductie. Sinds haar doorbraak begin jaren zeventig heeft ze de status bereikt van oermoeder van de cante, de zang. Zij behoort tot het selecte groepje zangers die zeldzame gave hebben om vreugde, pijn en levenskracht samen te bundelen in één enkele toon. Ze leerde het métier in de beroemde ‘tablaos’ van Madrid, Torres Bermejas en het Café de Chinitas. Hier kwamen de groten bij elkaar:  Camarón, Enrique Morente, La Perla de Cádiz, Serranito, los Habichuela. Linares is een ‘cantaora larga’ zoals het lovend heet, ze beheerst alle stijlen, wat haar tot de grootste en meest complete flamencozangeres van onze tijd maakt. Linares is voortdurend op zoek naar nieuwe uitdrukkingsvormen van de oergezangen en zet graag Spaanse klassieke dichters op ‘flamenco’, omdat deze zoals ze zelf zegt  ‘haar artistieke waaier verbreden’.